Vrijwilligerscentrale Westfriesland

Intelectueel eigendom

Intellectueel eigendom is het recht om als enige te profiteren van een intellectuele prestatie. Ook vrijwilligers kunnen auteursrechten bezitten van teksten, foto's en tekeningen, of de rechten op ontwikkelde producten voor de organisatie opeisen.

De wetgeving voorziet in juridische bescherming van uitvindingen en innovaties. Dankzij het intellectueel eigendomsrecht kunnen nieuwe, inventieve producten of ideeën daadwerkelijk het eigendom worden van de bedenker(s). Het eigendomsrecht kan worden geclaimd door natuurlijke en rechtspersonen. Een ander mag dan niet zonder meer een idee of ontwerp over nemen. Omdat vrijwilligers niet worden betaald voor hun prestaties kunnen ze het intellectueel eigendom van door henzelf ontwikkelde producten voor de organisatie opeisen. Dit kan gevolgen hebben voor die organisaties.

Auteursrechten

Vrijwilligers hebben op verschillende manieren te maken met intellectueel eigendom. In eerste instantie zullen vrijwilligers denken aan de auteursrechten en de naburige rechten. Wanneer vrijwilligers muziek draaien, films presenteren of ( delen van) een boek kopiëren, moet de eigenaar van het intellectueel eigendom betaald worden. Organisaties die speciaal voor dat doel in leven zijn geroepen ( b.v. BUMA/STEMRA, SENA, Videma) innen die bedragen. Maar hoe zit het met de eigendomsrechten wanneer een vrijwilliger voor de organisatie producten en diensten ontwikkeld? Wie heeft dan het intellectueel eigendom? Een aantal organisaties heeft zich over deze vraag gebogen. In navolging van contracten tussen de werkgever en de werknemers lijkt een toevoeging aan de vrijwilligersovereenkomst de beste oplossing.

Wat is intellectueel eigendom?

Het intellectueel eigendom is een verzameling van een groot aantal wetten en internationale verdragen die het eigendomsrecht regelen van de opbrengsten van intellectuele arbeid. Tot de verzameling van intellectueel eigendom behoren auteursrechten, naburige rechten, portretrecht, octrooirecht, merkenrecht, modellenrecht, kwekersrecht, halfgeleiderrecht en oneerlijke mededingen. Het intellectuele eigendomsrecht is een van de sterkst groeiende rechtsgebieden en is voor bedrijven van zeer grote en steeds toenemende economische betekenis. En daar hebben ook vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties mee te maken. Tekstschrijvers, bijvoorbeeld, hebben auteursrechten op hun eigen teksten. Een fotograaf heeft automatisch auteursrechten op zijn foto’s en hetzelfde geldt voor illustrators. Organisaties kunnen voor verrassingen komen te staan, wanneer plotseling voor deze auteursrechten moet worden betaald.

Kan een vrijwilliger het intellectueel eigendom opeisen?

Het ligt niet voor de hand dat een vrijwilliger het auteursrecht voor foto’s of tekeningen opeist, of het eigendom claimt van een product dat ontwikkeld is door de organisatie. Toch is dat niet ondenkbaar. Het eigendomsrecht is lucratief en niet voor niets het snelst groeiend internationale rechtsgebied. Vooruitlopend op deze ontwikkelingen heeft een aantal organisaties zich over de problematiek gebogen. Het betrof de ontwikkelingen van een leskist voor jongeren door een vrijwilliger bij een natuur- en milieuorganisatie, en een computerprogramma voor een ouderorganisatie. Iedereen mag een intellectueel eigendom aanvragen. In principe komt het intellectueel eigendom toe aan de uitvinder, of aan alle uitvinders gezamenlijk als het een groep is. Uitvindingen, gedaan door personen in dienst van een ander, komen toe aan de werkgever. Om het intellectueel eigendom te verkrijgen is het noodzakelijk om het eigendom te claimen. Bij teksten, foto’s, tekeningen etc. kan de maker zijn naam eraan verbinden. Voordat ze worden overgedragen zullen de auteurs afspraken moeten maken over het gebruik van hun creatie. Op concrete producten, zoals een leskist is, kan via het octrooirecht of modellenrecht het intellectueel eigendom worden aangevraagd. In situaties dat meerdere rechtspersonen het intellectueel eigendom claimen geldt: ‘wie het eerst komt die het eerst maalt’.

Niet in dienst

Omdat vrijwilligers in tegenstelling tot werknemers ( die immers worden betaald voor het werk en de producten die ze voor een werkgever maken) niet in dienst zijn van de organisatie, valt het eigendomsrecht niet automatisch toe aan de organisatie. In het voorbeeld van de foto’s, tekeningen en illustraties ligt het auteursrecht in principe bij de makers. In het voorbeeld van de leskist en het computerprogramma is het theoretisch mogelijk dat de vrijwilliger het intellectueel eigendom aanvraagt. Dit kan tot gevolg hebben dat voor het gebruik van het product door de organisatie betaald moet worden aan de vrijwilliger, of dat bij en conflict geen gebruik meer gemaakt kan worden van het ontwikkelde product. Dit geldt alleen wanneer de vrijwilliger het intellectueel eigendom van het product bezit. Wanneer dit niet het geval is, heeft de vrijwilliger geen formele grond om het gebruik van het product die door hemzelf zijn ontwikkeld, te verbieden.

Leg afspraken vast!

Om de geschetste situatie waarin vrijwilligers het intellectueel eigendom hebben van producten die voor organisaties ontwikkeld zijn te voorkomen, is het enige wat een organisatie kan doen: vastleggen dat de producten en diensten in opdracht van de organisatie worden ontwikkeld. Dit in navolging van hoe dat in arbeidscontracten tussen werkgevers en werknemers is opgenomen. In vrijwel geen enkele vrijwilligersovereenkomst is dat momenteel het geval. Gezien de snelle ontwikkelingen binnen het rechtsgebied van intellectueel eigendom is het verstandig om standaard in vrijwilligersovereenkomsten op te nemen dat teksten, foto’s, illustraties of ontwikkelde diensten en producten voor de vrijwilligersorganisatie in opdracht zijn gemaakt.

Bron: Vakwerk 2008/3 Tekst: Ronald Hetem

Naar vorige pagina