Kenmerkend voor sponsoring is dat er sprake is van een tegenprestatie. De sponsorbedragen vallen daarmee onder de levering van diensten binnen de omzetbelasting. In principe moet de organisatie over het sponsorbedrag BTW betalen.
Verenigingen en stichtingen hoeven niet altijd omzetbelasting te betalen. Voor bepaalde prestaties (levering en diensten) die behoren tot de hoofdactiviteit van de organisatie, gelden vrijstellingen. Onder andere prestaties op het gebied van algemeen maatschappelijk, kerkelijk, levensbeschouwelijk, charitatief, cultureel, wetenschappelijk, sociaal of recreatief belang en sprot. Als u wilt weten of uw hoofdactiviteit onder de vrijstelling valt, kunt u het best contact opnemen met de Belastingdienst.
Sponsoring wordt door de Belastingdienst gezien als nevenactiviteiten gelden voor organisaties waarvan de hoofdactiviteit is vrijgesteld van omzetbelasting, grensbedragen. Tot dat bedrag hoeft men dan geen belasting te betalen. In de grensbedragen wordt onderscheid gemaakt tussen diensten en producten. De inkomsten uit sponsoring moeten worden opgeteld bij de andere inkomsten uit diensten van de nevenactiviteiten zoals entreegeld, businussclub en reclamegelden. Tot een grensbedrag van €31.765, - zijn de inkomsten uit diensten vrijgesteld van BTW. Wanneer de inkomsten hoger zijn dan dit grensbedrag, moet over het volledige bedrag BTW worden betaald.
Omdat de organisatie bij overschrijding van het grensbedrag over volledig bedrag BTW moet betalen, is het zinnig om afspraken te maken met de sponsor. Mogelijk is het bedrag over meerdere jaren te spreiden. In dat geval kan een sponsor overeenkomst uitkomst bieden.
Naast een geldelijke bijdrage is het mogelijk dat een sponsor in natura een bijdrage levert, bijvoorbeeld gereedschap of kleding. Voor de vrijstelling geldt als waarde voor de sponsoring in natura de aankoopwaarde (inclusief BTW) van de goederen die de sponsor ter beschikking stelt. Hoewel sponsoring in natura vaak meerdere jaren kan worden gebruikt, worden deze sponsorontvangsten in het jaar dat ze worden ontvangen in omzetbelasting meegenomen. Het kan dus zijn dat de organisatie als gevolg van de organisatie de sponsoring in natura en de onmogelijkheid van spreiding over meerdere jaren, het ene jaar boven de vrijstellingsgrens uitkomt terwijl zij in de andere jaren eronder blijft. Hoewel de wettelijke bepalingen geen mogelijkheden bieden tot spreiding, is gebleken dat overleg met de Belastingdienst niet bij voorbaat kansloos is. Het is daarom raadzaam om hierover met de eigen belastinginspecteur te spreken.
Bronnen:Vakwerk tekst: Ronald Hetem